Method feeders kopen voor het vissen op karper, F1, brasem of andere witvis? Met een method feeder breng je een kleine hoeveelheid voer en het haakaas dicht bij elkaar op de bodem. Hierdoor ontstaat een compacte voerplek waarop de vis het haakaas gemakkelijk kan vinden.














Method feeder-vissen wordt veel toegepast op commercial fisheries en clubvijvers, maar is ook geschikt voor kanalen, meren en andere natuurlijke wateren. Welke feeder je nodig hebt, hangt af van de werpafstand, waterdiepte, bodem, hoeveelheid voer en het formaat van de verwachte vis.
Een method feeder heeft een verzwaarde onderzijde met daarboven ribben of openingen waartussen method mix of voorbereide pellets worden aangebracht. Het haakaas wordt meestal in het voer gelegd of op de centrale plaats van de feeder geplaatst.
Door de gewichtsverdeling komt de feeder doorgaans met de verzwaarde zijde op de bodem te liggen. Het voer en haakaas blijven daardoor aan de bovenzijde bereikbaar.
Voor een complete method feeder-montage heb je onder andere nodig:
De onderdelen moeten bij elkaar passen. Een mould, bead of stem van een bepaald systeem is niet automatisch geschikt voor iedere andere feeder.
Bij een inline method feeder loopt de hoofdlijn door de centrale steel van de feeder. De feeder kan hierdoor over de lijn bewegen. Aan het einde van de hoofdlijn wordt een bead of wartel geplaatst waaraan de onderlijn wordt bevestigd.
Een veelgebruikte opbouw is:
Guru adviseert bij zijn inline Method en Hybrid Feeders het gebruik van een Speed Bead. Deze vormt de verbinding met de onderlijn en beschermt de knoop tegen de feeder.
Passende beads, stems en moulds vind je bij het klein materiaal voor de method feeder.
Een X-Safe method feeder maakt gebruik van een elastische stem. Het elastiek kan tijdens een aanbeet en de eerste fase van de dril uitrekken. Dit kan vooral met korte onderlijnen helpen om plotselinge bewegingen op te vangen.
Bij een correct gemonteerd Guru X-Safe-systeem kan het elastische gedeelte bij hoofdlijnbreuk door de feedersteel worden getrokken. De vis blijft daardoor niet met een vast gemonteerde feeder en een lang stuk hoofdlijn zwemmen.
Controleer bij het opbouwen of de stem, feeder en tail rubber voor hetzelfde systeem zijn gemaakt. Gebruik geen onderdelen die slechts ongeveer passen, omdat een verkeerde combinatie de werking van het systeem kan beïnvloeden.
Niet ieder viswater of wedstrijdreglement staat elastiek in een feedermontage toe. Controleer daarom altijd de plaatselijke regels voordat je met een X-Safe of ander elastisch systeem gaat vissen.
Een gewone inline montage bestaat uit weinig onderdelen en laat de feeder over de hoofdlijn bewegen. Deze uitvoering kan worden gebruikt wanneer je zonder elastiek wilt vissen.
Een X-Safe-montage voegt een elastisch gedeelte toe tussen de hoofdlijn en de onderlijn. Dit verandert de manier waarop de montage tijdens een aanbeet en dril reageert.
Welke uitvoering het beste past, hangt af van:
Monteer beide systemen volgens de aanwijzingen van de fabrikant. Controleer voor iedere vissessie de hoofdlijn, knopen, stem en verbinding met de onderlijn.
Een method feeder heeft een relatief open bovenzijde. Het voer wordt rond de ribben gedrukt en het haakaas kan centraal in de voerlaag worden geplaatst.
Een hybrid feeder heeft hogere, opstaande randen. Deze houden method mix of pellets meer omsloten tijdens het vullen, werpen en afzinken. Openingen in het lichaam zorgen ervoor dat water bij het voer kan komen.
Een method feeder wordt vaak met een mould gevuld. Een hybrid feeder kan afhankelijk van het model met de hand of met een passende mould worden gevuld.
Beide typen kunnen met method mix en voorbereide pellets worden gebruikt. De keuze hangt vooral af van de gewenste voerhoeveelheid, het voer en de manier waarop je de feeder wilt vullen.
Bekijk onze hybrid feeders om beide uitvoeringen te vergelijken.
Het formaat bepaalt hoeveel voer je per worp naar de stek brengt. Met een kleine method feeder kun je een beperkte hoeveelheid pellets of method mix aanbieden. Dit kan passen bij koud water, voorzichtig azende vis of een situatie waarin je regelmatig werpt.
Een grotere feeder biedt meer ruimte voor voer. Deze kan worden gebruikt wanneer de vis actief aast of wanneer je per worp meer voer wilt brengen.
Kies het formaat niet alleen op basis van het formaat van de vis. Houd ook rekening met:
Veel voer brengen is niet altijd nodig. Wanneer de vis weinig actief is, kan een kleinere voerhoeveelheid voorkomen dat er te veel voer op de bodem achterblijft.
Een lichtere method feeder kan geschikt zijn voor korte worpen op rustig water. Bij meer afstand, zijwind of dieper water kan een zwaardere feeder prettiger werpen.
Let bij het kiezen op:
Het aangegeven gewicht is meestal het lege gewicht van de feeder. Na het vullen met pellets of method mix is de complete montage zwaarder. Houd hiermee rekening bij het maximale werpgewicht van de hengel.
Gebruik niet meer gewicht dan nodig is om de gekozen plek nauwkeurig te bereiken. Op een zachte bodem kan een lichtere of bredere feeder minder diep wegzakken dan een zwaar, compact model.
Op een harde of stevige bodem blijft een method feeder meestal duidelijk boven op de bodem liggen. Op zachte modder of slib kan de feeder gedeeltelijk wegzakken.
Wanneer je op een zachte bodem vist, kun je:
Tussen waterplanten, stenen of takken bestaat een grotere kans dat de feeder vastloopt. Kies je visplek daarom zorgvuldig en controleer de montage wanneer deze zwaar of beschadigd terugkomt.
Met een methodmould kun je de feeder steeds met ongeveer dezelfde hoeveelheid voer vullen. De vorm van de mould moet aansluiten op het formaat en model van de feeder.
Een gebruikelijke werkwijze is:
Druk het voer stevig genoeg aan om tijdens de worp te blijven zitten. Te hard aandrukken kan ervoor zorgen dat het voer onder water lang compact blijft. Te weinig druk vergroot de kans dat de inhoud tijdens de worp loskomt.
Niet iedere methodmould past op iedere feeder. Controleer daarom altijd de productomschrijving en maatvoering.
Een method mix moet voldoende binden om tijdens het werpen en afzinken rond de feeder te blijven. Op de bodem moet de mix vervolgens water opnemen en bereikbaar worden voor de vis.
Voeg het water in meerdere stappen toe. Meng het voer na de eerste hoeveelheid water goed door en laat het rusten. Pas daarna kun je beoordelen of er extra water nodig is.
Een te droge mix kan tijdens de worp van de feeder vallen. Een te natte mix kan moeilijk uit de mould komen of te lang compact blijven.
De juiste hoeveelheid water verschilt per product. Volg daarom de instructies van de fabrikant en meet het water waar mogelijk af. Zo kun je een goed werkende bereiding tijdens een volgende vissessie gemakkelijker herhalen.
Voor de method feeder worden vaak kleine, bevochtigde pellets gebruikt. Door het bevochtigen worden de pellets kleverig genoeg om in de mould en rond de feeder te blijven zitten.
De benodigde inweektijd hangt af van:
Pellets moeten na het vullen samenblijven, maar onder water weer van elkaar kunnen loskomen. Test bij twijfel een kleine hoeveelheid voordat je de volledige verpakking voorbereidt.
Je kunt pellets zelfstandig gebruiken of combineren met method mix. Controleer na een paar worpen of er voer in de mould of op de feeder achterblijft en pas de vochtigheid indien nodig aan.
Bij de method feeder kun je onder andere wafters, geschikte pellets, mini-boilies en ander compact haakaas gebruiken. Het aas moet tijdens de worp aan de hair, bait band of andere bevestiging blijven zitten.
Wafters hebben een beperkt drijfvermogen. Het gewicht van de haak en de gebruikte aasbevestiging bepalen hoe de wafter zich onder water gedraagt.
Test de volledige onderlijn in een bakje water. Zo zie je of het haakaas:
Stem het formaat van het haakaas af op de haak en de vissoort. Een groter of opvallender aas is niet automatisch effectiever.
Bij method feeder-vissen wordt meestal een korte onderlijn gebruikt. Hierdoor blijft het haakaas dicht bij de voerplek. De gewenste en toegestane lengte kan per water of wedstrijdreglement verschillen.
Let bij een onderlijn op:
Je kunt zelf een onderlijn knopen of kiezen voor een kant-en-klare onderlijn. Controleer voor gebruik of de lijn, knoop, haak en bait band onbeschadigd zijn.
Kies aan de overzijde een vast richtpunt en probeer steeds met dezelfde beweging te werpen. Met de lijnclip op de molen kun je dezelfde afstand opnieuw bereiken.
Rem de feeder vlak voor het neerkomen rustig af. Hierdoor strekt de montage zich en landt de feeder gecontroleerder op het water.
Laat de feeder na de worp naar de bodem zakken en plaats de hengel in de steun. Span de lijn voorzichtig totdat de feedertop een lichte buiging toont. Trek de feeder niet onnodig over de bodem, omdat je daarmee het voer en haakaas kunt verplaatsen.
Controleer bij het gebruik van de lijnclip of je een gehaakte vis veilig kunt drillen. Bij krachtige karper kan het nodig zijn de lijn snel uit de clip te kunnen halen.
Spoel de feeder na gebruik af wanneer er voer tussen de ribben, openingen of in de centrale buis is achtergebleven. Laat alle onderdelen drogen voordat je ze in een gesloten opbergbox bewaart.
Controleer regelmatig:
Vervang onderdelen wanneer ze beschadigd of versleten zijn. Controleer de volledige montage ook opnieuw nadat een feeder tijdens het werpen hard tegen de oever, een platform of ander obstakel is gekomen.
Bij Commercial-Hengelsport vind je method feeders in verschillende gewichten, formaten en montagesystemen. Je kunt kiezen uit inline uitvoeringen, X-Safe-modellen, loodvrije feeders en bijpassende accessoires.
Vergelijk de feeders op gewicht, formaat, voerhoeveelheid en montage. Kies een uitvoering die past bij de werpafstand, bodem, hengel en vissoort waarop je vist.
Twijfel je tussen een inline of X-Safe-systeem of weet je niet welk gewicht je nodig hebt? Neem dan contact met ons op. We helpen je graag bij het samenstellen van een passende method feeder-montage.